Ik en mijn stemmen heten u welkom in mijn hoofd
neem plaats pak een kruk
of een stoel of blijf staan
als u dat liever doet ook goed
trek in ieder geval uw schoenen uit

Bij het spoor (2)

Het is nu bijna een jaar geleden dat De Schrijver Antoni trof in de tunnel op het station. De gebeurtenis staat als een hoekige en onontcijferbare hiëroglyfe in zijn geheugen gebeiteld.

Na het zwijgen was er niet veel noemenswaardigs meer gebeurd tussen de twee individuen die stiekem een Twee-Eenheid waren. De ongemakkelijke stilte eindigde met een sisser; Antoni wendde zich af van De Schrijver en was begonnen tegen de muur van de tunnel te pissen. De Schrijver walgde ervan, voelde zich diep beledigd, wist zich nu helemaal geen houding meer te geven, besloot daarom maar door te lopen naar het perron. Zijn gedachten waren al snel weer van onderwerp veranderd: stond zijn fiets wel op slot? De conclusie luidde 'ja'.

Er is nu bijna een jaar verstreken en De Schrijver zit op zijn kamer wijn te drinken. Soms denkt hij terug aan de tijd dat hij nog aan Antoni dacht, zo ook nu hij wijn drinkt. De vele geluiden, de gevoelens, de verhalen, de gedachten... Alles resoneerde nog en niets dat het kon stoppen, zelfs wijn niet. Maar De Schrijver was verder gegaan en Antoni was blijven steken. Sterker nog: Antoni was een landloper die in tunnels van stations pist geworden. De Schrijver voelt zich neerslachtig, dat is zeker. Het gevoel deed hem denken aan de tijd dat Antoni nog wel dicht bij hem stond. Zijn denken maakte hem aan het twijfelen. Staat Antoni nog echt wel in die tunnel tegen de muur te pissen? Dat is helemaal niet zeker. Weer een bezoek brengen? Een email sturen? Alles kan en niets kan kwaad. Toch?

Het Geluid van 2010

De traditie zet zich voort. Ik presenteer u een van de eerste geluiden van dit jaar. En bovendien is het een van de eerste geluiden van de jaren '10 van deze eeuw. Verwar de jaren '10 trouwens niet met 'het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw', want dat begint in 2011 pas. Zo, weer een misverstand uit de wereld.

Klik hier

Bij het spoor

De Schrijver liep van zijn fiets naar het perron. Flink slot erom, want je weet maar nooit. En koud dat het er was! Onderaan de trappen van de voetgangerstunnel zag Hij hem al staan. Prominent middenin de tunnel, gezicht naar trap gewend. Hij droeg een pet. Wilde hij niet worden herkend?

De Schrijver stond stil op de onderste tree, stond vlak voor Antoni. De twee keken elkaar aan, verder niemand om hen heen, enkel windvlagen door de tunnel. De Schrijver zag maar nauwelijks de ogen van Antoni onder de pet.
"Hoe gaat het?" vroeg Hij.
"Dat weet je best", kwam het antwoord.
Weer een ongestoorde stilte in de tunnel.
"Het spijt me, Antoni."
"Wat spijt je?"
"Dat je hier bent, in een tunnel onder het spoor, tussen lelijke graffiti's en de geur van urine."
"Het geeft niet, jij bent er ook."
De Schrijver deed een stap, stapte van de laatste trede.
"Ik ben er ook."
Samen stonden ze in de voetgangerstunnel en ze zeiden niet veel meer.

Zo klinkt 2009

Het weblog mag dan enigszins dood lijken - al noem ik het liever een comateuze toestand - dat neemt niet weg dat tradities in stand gehouden dienen te worden. Daarom ook op deze eerste januari het geluid van het nieuwe jaar.

Klik daarvoor hier. Voor het geluid van 2008 klikt u hier, voor dat van 2007 hier en voor het geluid van 2006 hier.

Onvoorwaardelijk

Ik hou van je
Verliefdheid is overgeslagen
En ik hou van je
Ondanks dat

Een verliefd stel op tv
Beweert stellig dat hun liefde
Onvoorwaardelijk is
Ik weet beter

Voorwaarde: verliefdheid

Ik hou van je
Ondanks dat

Een moeder en dochter
Beweren stellig dat hun liefde
Onvoorwaardelijk is
Ik weet beter

Voorwaarde: familie

En ik hou van je
Ondanks dat
Verliefdheid is overgeslagen

Liefde over wint alles

Hier spreekt de Schrijver weer. Enkele weken terug meldde ik dat Antoni was overleden. Dat klopte, hij stierf. Ondanks dat trof ik op de harde schijf van mijn pc een gedicht aan van zijn hand. Geschreven op 25 oktober 2008, weken na zijn dood. Blijkbaar is de dood geen belemmering als het om liefde gaat. Liefde overwint zelfs het meest hardnekkige verschijnsel dat bestaat op deze wereld: vergankelijkheid. Tijd en ruimte worden op willekeurige manieren doorkruist, alsof de liefde zich niets aantrekt van natuurwetten die onzinnige regeltjes lijken, kijkende door een roze bril. Antoni is herrezen, of hij spreekt tot ons vanuit het hiernamaals. Hoe dan ook is zijn verschijning in de vorm van poëzie en wellicht proza 'levend en schoppende'. Lees hier zijn eerste gedicht in deze bestaansfase.

De Schrijver spreekt

Hier spreekt de Schrijver. Antoni is overleden. Hij is van ons heengegaan ergens tussen 17 juli en 19 september 2008. Men geeft mij de schuld van zijn overlijden. Ik had de macht, ik had de keuzen, denkt men. Dit zou mijn besluit zijn of anders zijn besluit. In het laatste geval zou het zelfmoord geweest zijn.

Antoni is overleden. Het is allemaal genoeg geweest, dat gelukkig wel. Hij hield het slechts tweeënhalf jaar vol, toen werd het hem te veel.

Ik ben nu los van Antoni. Eindelijk een afscheid, eindelijk de stap tot meer zelfontplooiing via andere wegen. Mijn anonimiteit zal een schim uit het verleden zijn. Antoni staat niet meer in de weg, hoe respectloos dat ook mag klinken. Ik ga mijn eigen weg.

Ik beheer Antoni's email en dit weblog, ik zal een toeziend oog blijven. Reacties zijn nog altijd welkom, al ben ik onzeker over enige verdere communicatie.

Borden van papier

We hadden iets kostbaars, dat wisten we. Ik pakte het aan, korrels vielen op de grond. Vlug raapte ik alles bij elkaar, terug in het theezakje. Een wondermiddel, werkte tegen alles, maar vooral tegen kanker. Niemand wist van het bestaan, op een anonieme enkeling na. Voor die personen moest het verborgen worden. Waar kon ik het het beste kwijt? Ik overwoog alles. Ik struinde door de vochtige kelder, maar bedacht me dat de vijand verdiepingen lager zat. De slijmerige, duistere vijand. Als ratten.

Aan de bar. We praatten. Je vroeg me waar ik het medicijn verstopt had. Ik wist het niet meer. Lachte om mijn vergeetachtigheid. Heel diep dacht ik na, want ik wist dat ik het me zou herinneren. Niet in de kelder. Op zolder misschien? Ik wist het niet. Wat ik wel wist - na met jou gedachten gewisseld te hebben - was dat de beste verstopplek het doosje met thee was. Daarin valt een theezakje met thee-achtige inhoud immers niet op. We lachten. Dat we daar niet eerder aan gedacht hadden.

De voordeur stond open. Was ik hem vergeten dicht te doen? Misschien mijn vader. Het tochtte. Buiten klonk harde muziek. Dat is erg vervelend als je een inbreker vermoedt. Het zal toch niet zo zijn?

Dan iets met papieren borden. Het was druk, de hele familie over de vloer en we kwamen borden te kort. Ik vond borden. Naast de normale borden staken de papieren armoedig af.

Uiteindelijk hadden we hem, de inbreker. Hij werd niet al te vriendelijk behandeld.

Ontwaken

Op een ochtend - zon door tentzeil - werd ik wakker door haar stem. Zij was de eerste die ik hoorde. Het eerste moment.

Diezelfde ochtend - het openritsen van mijn compartiment - werd mijn blik gevuld door heel haar lichaam. Het tweede moment.

Niet veel later (een seconde wellicht) - een vriendelijk goedemorgen - werden mijn ogen tot de hare gewend. Het derde moment.

Tegelijkertijd (alsof alles samenviel) - een glimlach en de glinstering in het groen van haar ogen - werd ik wederom betoverd. Het vierde moment, het moment dat heel even eeuwig leek te duren.

Wat je denkt

Ik zeg: "Ik zou een relatie met jou niet volhouden."
En denk daarna: "En ben nota bene verliefd op je geweest."
Ik zeg: "Je praat veel over jezelf en daar kan ik in een relatie niet goed tegen."
En denk daarna: "Die eigenschap viel me in de wolk van verliefdheid nooit op."
Ik zeg: "Maar ik vind je niet arrogant."
En denk daarna: "Misschien ben je het wel, maar wil ik het niet zien."
...
Ik zeg: "Volgens mij wil hij meer dan alleen vriendschap."
En denk daarna: "Projecteer ik mezelf op hem? Dus toch."

Tussendoor lach je en later zeg je: "Ik vond het grappig toen je zei dat je gek van me zou worden als we iets zouden hebben."
Daarna zeg ik: "Hoezo? Een compliment is het niet."
Je zegt: "Nou en?"
En wat je denkt weet ik niet.

De buitenkant

Je eigen spiegelbeeld hoor je te herkennen, vooral als je het dagelijks ziet. Ik zag mezelf, maar ik wist dat ik het niet was. De spiegel was echt, maar degene die ik erin zag was iemand anders. Iemand die exact op mij leek, mijn bewegingen volgde. Maar hij was trager en de blik in zijn ogen was niet de mijne. Van de vertraging maakte ik gebruik door de spiegel te kussen, heel even en heel snel. Ik trok me terug en wanneer mijn reflectie zijn lippen tegen het glas legde (van de andere kant natuurlijk) tikte ik er met een vinger tegenaan. Hij trok zich terug, ik voelde de tik.

Aan Sjoofie: Fuif

Beste Sjoofie,

Mooi, dan kan ik wel. Mijn huidige agenda gaat niet verder dan 27 juli, dus ik had op 9 augustus logischerwijs nog niks staan. Ik heb je desalniettemin genoteerd in het notitiegedeelte van deze zelfde agenda onder de noemer 'Sjoofies hippe verjaardagsfuif'. Indien je bezwaar hebt tegen die noemer ben je vrij er commentaar op te geven, maar voor verandering zal dat niet zorgen; ik kras niet graag in mijn agenda en van Tipp-Ex krijg ik jeuk. Gummen is geen optie, want de inkt van mijn Bic-pen is nogal hardnekkig. Maar waag het niet de pagina tussen twee of meer vingers of enig ander instrument te vatten en uit zijn ringbandje te scheuren, want dat vind ik niet leuk. Van andermans spullen moet je sowieso afblijven, mits de eigenaar toestemming gegeven heeft zijn eigendom te laten aanraken door een ander. En die toestemming krijg je in het geval van mijn agenda niet. Dat kun je jammer vinden, maar ja, het leven kent altijd wel ergens tegenslagen.

Maar gelukkig ken ik jou goed genoeg. Je zal het geenszins erg vinden dat je feest in andermans agenda een benaming krijgt die jou niet zint. Sterker nog: wellicht vind je 'Sjoofies hippe verjaardagsfuif' helemaal niet zo tenenkrommend als ik in de eerste instantie dacht. In dat geval doet het mij deugd dat ik jou niet heb geërgerd, want als een pleziertje van mijn kant ten koste gaat van het gemoed van een ander dan voelt het vaak toch iets minder fijn.

Als je meer toelichting over bovenste zaak wilt verkrijgen, dan kun je mij bellen of mailen, indien nodig kun je zelfs een afspraak maken enig euvel mondeling te bespreken in het directe bijzijn van elkaar. Mijn nummer en e-mailadres heb je.

Groeten,
Antoni

P.S.: Ik heb er ook al zin in!

Duimschroef

De schroef zat los, hij rammelde in mijn vlees en nagel. Aandraaien was de logische oplossing en dat deed ik. Maar vreemd, ik kon me niet herinneren dat de schroef zo lang was? Sterker nog: ik had geen idee hoe die schroef in de eerste plaats in mijn duim terecht was gekomen. Na het eruit draaien van het ding begon mijn duim pijn te doen. Ik keek door he gaatje dat perfect rond was. Ik zag de mensen om mij heen. Met mijn vader richting, conciërge die wellicht EHBO-spullen had. We werden doorverwezen naar een lokaal met een letter en een cijfer in een noodgebouw met een kleurtje. We moesten wachten, maar ik had geduld. Het deed nauwelijks pijn en het bloedde niet, al was de wond wel vochtig en rood.
Het gaatje was verdwenen. Verbaasd bekeek en betastte ik mijn duim. Er was een vaag litteken zichtbaar. Ik voelde waar de hechtingen gezeten hadden. 'Zijn we door de tijd gereisd?' vroeg ik mijn vader. Een andere verklaring kon ik niet vinden.

Melancholie

staat voor
me·lan·cho·lie (dev; melancholisch/melancholiek, melancholicus)
1
zwaarmoedigheid, droefgeestigheid

Hoe kun je terugverlangen naar iets dat je nooit gekend hebt? Ik ben te jong om melancholie te kennen. Natuurlijk kijk ik wel eens terug op jeugdherinneringen, maar dan overkomt me eerder een gevoel van nostalgie dan van melancholie.

En toch melancholisch. Ja, anders dan dat kan ik het niet omschrijven. Ik geloof graag dat ik een oude ziel heb, dat ik in vorige levens al ontzettend veel heb meegemaakt. Maar mijn huidige herinneringen reiken niet verder dan alleen dit leven. Dat verklaart waarom ik mijn melancholie niet kan duiden. Ik verlang terug naar dingen uit vorige levens.

Ik hoef alleen maar iemand aan te kijken en vaak zie ik dan al of iemand een oude ziel heeft of niet. De ouderdom van de ziel heeft niets te maken met je leeftijd of met je intelligentie. Het is een vorm van aangeboren wijsheid die uit de ogen blijkt. Ik kan er de vinger niet precies op leggen en dat hoeft ook niet. Gelukkig.

Poort

er lag en man voor het PSV Stadion
hij droeg een oranje trui
ik wist niet waarom
volgens mij sliep hij
liggende op zijn zij

ik fietste er voorbij
zag nauwelijks wat er naast hem lag
sterker nog, ik weet het niet
vast wat te drinken
het was warm die dag

daar lag die man voor het PSV Stadion
ik wist niet waarom
ik fietste er voorbij
hij droeg een oranje trui

Mees


(Klik op afbeelding voor grotere versie)

Hoop = Geloof = Liefde


(Klik op afbeelding voor grotere versie)

Drinken

Door het glas van de pui keken grote ogen mij aan. Ze was een vrouw, een meisje nog, wellicht ook een kat. De kat wilde naar binnen. Oogcontact is een machtsspel en daarom knipperde ik niet. Als een optische illusie vervormden de ogen, groeiden onmenselijk groot, kronkelden, drapeerden zichzelf in hun kassen, leken als een klok van Dalí. Zij won. Haar smeekbeden werden verhoord, ze zinde naar water. Althans, dat is wat ik dacht.

De dame stond in de kamer alsof ze in haar eigen huis was, haar zijde naar mij toegekeerd, mij nog altijd aankijkend. "Wil je wat water?" Ze keek even weg, schudde van nee. "Bitter." Ze wilde Bitter. Ik had geen Bitter. Waarom wilde ze in godsnaam Bitter? Ze kon bij mij water krijgen. Ze kon verdomme gewoon helder lekker water krijgen. Anders dan het Parijse water dat smaakte alsof het rechtstreeks uit de Seine kwam.
Ze praatte over een of ander goed doel in India, iets over zwervers daar die geld nodig hadden. Een goed doel. Haar intenties waren correct, maar niet oprecht geweest. Ze deed denken dat ze water wilde, water uit mijn huis, maar ze wilde steun. Drinken kon ik haar niet geven en dat wist zij. Dan haal je je Bitter verdomme toch ergens anders?

Het regende en ze lag in de tuin, haar naakte lichaam in foetushouding. De zon was weg, achter wolken of het was nacht. Modderspatten op haar lijf, ze trilde. Ik had haar niet geslagen en haar schoppen wilde ik ook niet. Ik schreeuwde, maar schold haar niet uit. Ik stampte in een plas naast haar. Grote spetters modder op haar armen en rug. Ze was uit mijn huis, maar mocht in mijn tuin blijven.

Ik trapte en schold, maar niet op haar.

Kinderballade

door Lennaert Nijgh voor Boudewijn de Groot

Hij was twaalf, had rappe leden,
jongen uit de Hof van Eden,
als hij lachte, lachten luidkeels
alle leeuweriken mee.
Met zijn blikkering van tanden,
met zijn marmerbleke handen
leek hij op een tere engel
uit een sierlijk bal masqué.
Hij kon klaterhelder zingen
en zijn haar rook naar seringen.
Oh, hij was een waterprins
die in zijn pak van goud lamé
was ontstegen aan de zee.

Zij was dertien, een gazelle,
en haar naam was Annabelle.
Annabelle noemde haar zowel
de hinde als het ree.
Met haar helderrode wangen,
met haar glinsterende spangen,
leek zij in haar gazen bruidsjurk
't meest nog op een toverfee.
Blauw waren haar vreemde ogen,
blauw maar zonder mededogen.
Oh, ze was een kleine meermin
die maar net van lieverlee
was ontstegen aan de zee.

Samen in het ochtendgloren
wandelden ze langs het koren.
Mild en zonder ze te storen
scheen het zonlicht naar benêe.
En onder de roze stralen
kuste hij haar lippen dralend
en hij zei haar wonderwoorden,
zelfs het gras luisterde mee.
Op het horen van die woorden
week voor hen gedwee het koren
en het lispelde: wees welkom,
en bood doorgang aan die twee,
zoals eens de Rode Zee.

Toen hij, op geblaf van honden,
dagen later werd gevonden,
lag de blanke prins geschonden
in het koren zonder fee.
Met zijn dode grote ogen
keek hij roerloos naar omhoog en
langzaam ritselde zijn bloed nog
uit een gruwelijke snee.
Niemand wist meer te vertellen
hoezeer kleine Annabelle
had gehouden van haar engel
uit het sierlijk bal masqué.

Maar nog altijd ruist de zee.

Kruif

Ik kwam laatst in de trein Johan Cruijf tegen. Ik groette hem en vroeg: "Johan - of moet ik meneer Cruijf zeggen - hoe spel je je naam nu eigenlijk?" De voormalig topvoetballer keek me aan, was nog even stil en antwoordde. "Nou, gewoon, jee oo haa aa en." Ik nam plaats tegenover hem, de trein begon te rijden. "Nee, nee, nee", gooide ik eruit, "Je achternaam, hoe spel je je achternaam? Met een lange of een Griekse ij?" Gekrab aan de voetbalanalistneus, blik op een krant op de oud-trainerschoot. "Tja, in principe is 't met een lange ij, maar vaak schrijf je een Griekse. Anders is 't verwarrend in het buitenland, snap je?" Ik dacht na over zijn antwoord. Djohèn Krojf... Kroedjif, Kraajf? Zjohààn Kroewief! Lastig was het sowieso al. "Aha," antwoordde ik. De komende twintig minuten zaten we zwijgend tegenover elkaar. Ik stapte uit in Tilburg, hij niet. - Kroef?

Eh, nee hè?

Ik ben aangetrokken tot het onverkrijgbare; het ideaal is nooit aanwezig. Droevig, tragisch, artistiek, gevoelig; gefixeerd op de niet aanwezige geliefde, het ontvallen van een vriend.
Maar ben ik ook creatief in mijn levenswijze en kan ik anderen helpen hun pijn te verlichten? Ben ik ten volle gericht op schoonheid en het sterke gevoelsleven: geboorte, seks, intense belevingen en de dood?
Daarnaast ben ik geobsedeerd door ambivalentie; ik zie alle gezichtspunten; ik verwissel gauw mijn eigen standpunt voor dat van anderen. Ik stel echte doelen uit door niet noodzakelijke activiteiten. Ik tendeer naar bevrediging door eten, tv en drank. Ik ken andermans problemen beter dan die van mezelf. Ook tendeer ik naar afdwaling, weet niet of ik hier moet zijn of niet, of ik me bij het team moet aansluiten of niet. Ik maak compromissen; woede komt meestal via indirecte manieren naar buiten.
Maar ben ik dan ook een goede vredestichter, counselor; onderhandelaar? Heb ik succes wanneer ik onderweg ben?
Ik weet het niet.

Geloof in het onwaarschijnlijke

Geluid, knoflook en katten

Test test. Test test. (fluit) Windows wordt afgesloten. – Rust en stilte. M**! M**? – Hee. Miauw. Hee M**ie, M**. M**! M**! Zeg 's mauw. Zeg 's mauw. (imiteert kattengeluiden) Dan niet, hoor. He he. –––

"Put it on my harde schijf." Heb je ook zo'n harde schijf? Ik heb een hele harde schijf.

Het geluid van gehakt. "Ik dacht dat je alleen koeken wilde." Het geluid van groente en aardappelen. Ach joh, alles is goed. Alles maakt geluid. Heel de wereld is één groot geluid. Alles heeft – alles is een golfbeweging, alles is een frequentie van energie. In feite alles geluid. "Ja." En God schiep ons ook met het woord. En dat is ook geluid. Dus de schepping is een en al geluid. – Da's ook geluid. Nu pak je geluid op. Nu gooi je geluid in de prullenbak. Nu pak je geluid en met dat geluid roer je geluid door het geluid. Wat je ruikt is ook geluid. "Huh?" Alles is geluid! "Hoe kan wat je ruikt nou geluid zijn? Dat hoor je toch niet?" Jawel, geuren zijn ook geluid, maar dat vangen we met onze neus op. "Ohw..." Licht is ook geluid. "Oké." Dus licht gaat niet sneller dan het geluid... "Want licht ís geluid." Licht is geluid, maar geluid is niet per definitie licht. Want dit – (klopt) – is ook geluid. "Maar geen licht." Nee, de materie zelf is geen licht. Kijk, materie is geluid dat ook hoorbaar geluid kan voortbrengen. – Dus... "Ja." De materie is geluid, en ook de materie die andere energie voortbrengt, zoals licht – dan komt het licht dus uit het geluid, want licht zelf is ook weer een energievorm en alle energievormen zijn geluid.

"Weet je dat ik Harrie nog serieuzer neem dan jou?" Harrie? "Harrie ja." Harrie Christus? "Harrie Christus ja." (zingt:) Harrie Kristas, Harrie Kristas. – Maar Harrie heeft wel een punt hoor. "Wat voor punt heeft–ie?" Atomen bestaan uit ruimteschepen. "Maar is het een waar punt?" Het is een waar punt, want hij kan het bewijzen. "Hoe?" Nou, filosofisch. "Maar ik ben het niet eens met zijn filosofische bewijs, want ik vind het geen bewijs." De wetenschap kan niet verklaren hoe materie uit het niets kan ontstaan. Da's bewijs een. "Ja, maar hoe verklaart hij dan dat het wel zo is?" Dat hoef je niet zo te – nee, het kan gewoon niet anders dan dat het zo is.

Wat is dat nou voor spul dat je erin gooit, is dat knoflook of eh? "Ja, dat is knoflook." Is dat nou knoflook? "Ja, dat is knoflook." Ik dacht dat je dat uit een busje zou doen. "Nee, ik heb verse knoflook." Lekker – tegen de vampiers. "Ruik maar." (ruikt) "Nee, even kijken hoor." Hier heb ik. "Maar dit ruikt toch een stuk sterker." (ruikt) Ja. "En toch vind ik knoflook niet stinken." Nee, ik ook niet. Behalve 's ochtends vroeg als je naast iemand zit die net knoflook heeft gegeten. "Ja, de adem – de knoflookadem stinkt wel, maar knoflook op zich vind ik best wel lekker ruiken." Hm, en hoe kan dat? Heeft u daar een verklaring voor? "Ja, adem is natuurlijk – in je mond zitten ook nog bacteriën en zo, en daar wordt het allemaal mee vermengd, denk ik." Oké, en die bacteriën, die stinken? "In combinatie met de knoflook." Oké, waarom staat de afzuigkap niet aan? "Omdat het raam open staat." Waarom staat het raam open? "Dat hebben die bouwmannen gedaan." En dat pik jij? "Ja, dat pik ik." Dat kan je niet zelf? Daar heb je 'bouwmannen' voor nodig? "Nee hoor, dat kan ik wel zelf." Oké.

Ik probeer al de hele tijd een van jou katten aan het mauwen te krijgen en dan heel dichtbij opnemen, maar het lukt niet echt. – Zal nog een po– "Moet je aan de staart trekken. Niet echt doen hoor!" Au. – M**! Kom 's hier! (imiteert opnieuw kattengeluiden) M**! M**! Kom hier! Kom kom kom kom kom. Ik trek aan je staart, ik trek aan je staart, ik trek aan je staart. Mauw dan, mauw dan. M**! M**!! M****! Kom 's hier, M**. – M**, vertel 's, hoe is het nou om een kat te zijn? ––– M**. – J****. J****, we moeten 's praten. J****? Kijk me 's aan. Kijk me aan. Kijk me aan als ik tegen je pr– Kijk me aan. Hallo. Kijk me aan als ik tegen je praat. We moeten 't 's hebben over dat haarverlies van jou. Al die haarballen overal. Ja, hee, kan je wel met je– Ja. Hee, kan je wel je rug toekeren naar mij, maar dat lost het probleem niet op. (Martin fluit Wagners Brautchor) J****, ik mag jou niet. Ik mag jou niet. Ik mag jou niet. Ik mag jou niet. (fluistert:) Vermoord jezelf, vermoord jezelf, vermoord jezelf. – Zei je wat, J****? – Nah.

Alles gaat mis

Dit weblog bloedt dood. Ik heb het veel te druk, te weinig tijd, te weinig ruimte in mijn hoofd. Prioriteiten verschuiven en garibaldi.web-log.nl schuift steeds verder naar de achtergrond. Is dit het einde? Houdt mijn geesteskindje hier op? Op deze manier? Nee, de time-out zal misschien lang duren, maar dit weblog zal blijven bestaan en blijven leven. Sluimerend, wachtend, verlangend.

Ik houd sinds kort een dagboek bij, een geheel non-fictieve weergave van de werkelijkheid. Antoni staat niet tussen mij en mijn pen, wel tussen mij en het toetsenbord. Ik moet mezelf meer aandacht geven, Antoni redt zichzelf voorlopig wel.

Dagboek van een Leeuw

Zowel mens als dier wordt vertegenwoordigd in de wereld van de weblogs.
Eenzame weblogs, maar wat is populariteit waard als je artistieke vrijheid boven alles verkiest? JH en ik zijn allebei te eigenwijs om ons aan te passen aan verwachtingen en smaak van anderen, zelfs van elkaar. En dat waarderen we beiden ten zeerste.
De leeuw is een eenling, omdat de wereld waarin hij leeft niet de zijne lijkt te zijn.

Dagboek van een Leeuw

Update: JH heeft inmiddels zijn weblogcarrière voortgezet op http://jhrotsindebranding.punt.nl/. Zeker een bezoekje waard!

Zij en liefde

Felicia had liefde gekend, enorm veel liefde. Liefde die haar hele leven duurde, al was haar leven maar zo kort. En we zagen haar liefde in haar en onze liefde die reflecteerde in haar geluidjes. Haar warmte was liefde, haar basisbehoeften waren liefde, haar huilen was liefde.
Maar de tekenen van liefde stierven met haar, verstomden zonder aankondiging. Kunnen we zeggen dat de liefde met haar stierf? Nee, de liefde heeft haar nooit verlaten. Ze heeft pijn gekend dat wel, meer pijn dan ze ooit had gehad en ooit zal gaan hebben. Maar het is goed. Liefde was alles waar zij in geloofde. Natuurlijk, ze mist dat alles dat haar liefde schonk, maar de liefde zelf heeft haar nooit verlaten. En ze leeft, al is het in gedachten, al is ze fictief en is ze dat altijd al geweest.
Ik denk aan je, Felicia.

Hoe dichtbij

wat betekent afstand
als je nagaat hoe close je kan zijn
met iemand
geheimen deelt
en diegene woont ergens
waar jij nooit geweest bent

'Het juiste moment'

hoe ik genieten kan
van een mogelijk vooruitzicht
ligt nog vrij ongrijpbaar
maar kraakhelder in gedachten

wacht ik
in gedachten wacht ik

ik vrees niets
heb waarschijnlijk weinig wensen
en eigenlijk weinig eisen
wat mij meebeklemt

dolblij zou ik zijn
als een jonge hond onbedachtzaam moeten springen
durven dansen, achteloos door plassen stampen

maar toch
in gedachten wacht ik

het zijn mijn handen niet die weigeren
mijn motoriek is ongestoord
(dat zou wat wezen nog, dat erbij)

niet mijn wil
niet mijn luiheid
niet mijn interesse
niet mijn onhandigheid

angst?

Mechaniek

In mijn nek voel ik het harde ijzer van de loop.
"Wat doe je hier?"
De stem klinkt kalm en verstandig, vastberaden een antwoord te krijgen.
"Mijn vader woonde hier, in deze flat, voordat hij stierf. Ik kom zo maar langs. Maar er is alleen nog maar een grijze hond, ik zag hem zitten op een mat."
Gehaast rolt het antwoord uit mijn mond. Hier moet hij genoegen mee nemen. Ik heb niets te maken met de vrouwen die en masse op hem sprongen in een poging hem te overmeesteren. Ze hadden hem zijn wapen af moeten pakken. Nu staat hij achter me, in het zwart. Gelooft hij me?
Er ratelt iets, scheurt iets, verandert iets in flarden. Mijn flank. Is het mijn hoofd? Mijn been misschien. Maar alles is als gaten. Ik voel geen pijn.
De gaten zijn functioneel, worden opgevuld met ijzer. Ik verafschuw wat ik word. Ik ben meer dan een mens, minder dan een dood mens, maar mobieler en ik ben er zelf nog bij.

Scarabee

De scarabee hield zich vast aan de appel, omsloot de vrucht met zijn zes poten. Een zwarte klauw rond glimmend rood. Het felle witte licht dat weerkaatste op de bleke wanden van de koelkast verhulde niets van het beeld. Het was lang geleden dat ik in dat huis was geweest, en ondanks de vele goede herinneringen, wil ik er nooit meer terugkeren.

Moslims

Ik vond dit op de stoep, daarna van niet en vandaag in mijn jaszak.

NEDERLAND WORDT DOOR DE LINKSE PARTIJEN VERKWANSELT AAN DE MOSLIMS. WAAR VAN ONZE KINDERE STRAKS DE DUPE WORDEN NEDERLANDERS DENK NA OVER DE TOEKOMST VAN ONZE KINDEREN

Vuurpijl

Een lont brandt, waarna een vuurpijl het zwart tegemoet gaat, om zijn bestaan te beëindigen in licht.

De eerste geluiden van 2008

Op 1 januari 2006 nam Antoni in het geheim het geluid van oud en nieuw op. Op diezelfde datum, maar dan een jaar later, nam zijn Schrijver die taak over. Vandaag, 1 januari 2008, iets na twaalven brak het moment aan dat we de traditie samen voortzetten. Luister met ons naar de eerste geluiden van 2008.

Gelukkig Nieuwjaar.

Komend jaar

"Antoni heeft nu al een maand niets van zich laten horen. Wat houdt hem toch bezig? Of is zijn inspiratie op?"
"Hij is ons gewoon vergeten. Het was ook wel te verwachten: weblogs met weinig bezoekers houden nooit lang stand. Vooral als ze nergens over gaan."

Het spijt me zo. Ik was zo geïntegreerd door de tijd die voorbij kroop dat ik uit het oog was verloren dat er al weer een maand voorbij was. Nee, mijn inspiratie is niet op. Integendeel. Maar er zijn meer media om mijn zielenroerselen op kwijt te kunnen dan alleen een weblog. Zo heb ik me de afgelopen weken verdiept in de essentie en in het verloop van een dierbare vriendschap. Haar heb ik een verhaal geschreven, verzameld uit herinneringssnippers. Met anderen ben ik fantasy gaan schrijven. Een maand lang heb ik mijn dromen genoteerd, op zoek naar berichten van mijn onderbewuste. En ik speel gitaar, ik fotografeer en ik film. Van die laatste twee zal ik tezijnertijd gretig gebruik maken om dit weblog te vullen.
Dus nee, ik ben er nog en ik ben jullie niet vergeten.

Het jaar zit er bijna op, garibaldi.web-log.nl zal zijn tweede verjaardag vieren. En ik wil doorgaan, ik zal doorgaan. Wat ik kan verwachten?

Het wordt een mooi jaar.

Tijd

Hoe lang is het precies 0:56? Natuurlijk niet één minuut, want 0:56:00 is iets anders dan bijvoorbeeld 0:56:20 of 0:56:55. En natuurlijk ook niet één seconde, want 0:56:0:0,5 is iets anders dan 0:56:0:0,2. Zo doorberedeneerd kun je stellen dat het exacte moment dat het 0:56 is oneindig kort duurt. Dit geldt vanzelfsprekend voor alle tijdstippen. Dus een moment (om het zo maar even te noemen) duurt oneindig kort. Maar hoe lang duren dan twee momenten? Oneindig kort keer twee is eveneens oneindig kort. Dus twee momenten duren niet langer dan één moment. Zelf honderd momenten duren even kort als één moment. Bestaat tijd dan uit momenten? Dat zou betekenen dat een uur oneindig kort duurt, omdat het opgebouwd is uit oneindig korte momenten. Maar een uur is niet oneindig kort, dat ervaren we zelf.

Tijd is lastig.

Bellen blazen

Ze hield het ringetje recht voor haar mond en beheerst blies ze precies hard genoeg lucht tegen het dunne vliesje van zeep en water. Lichtjes trillend vormde zich een grote halve bol, die uitgroeide tot volledigheid. Een wiebelende veelkleurige bel raakte los van het ringetje en dreef doelloos door de lucht. Ondertussen dompelde ze het ringetje opnieuw onder, slechts drie kleine tikjes. Het proces van het beheerst blazen en het voorzichtig vormen van bellen herhaalde zich.

De ruimte werd gevuld met bellen, schitterend in de enkele spots die elke hoek van licht voorzagen. Ik zag mezelf in de weerspiegeling, twee keer: rechtop in de bolle buitenkant, ondersteboven in de holle binnenkant. Door de spiegeling zag ik haar, haar lippen getuit, haar ogen gericht op de bellen die ze schiep. Nooit had ik iemand zo mooi bellen zien blazen.

Op de bühne

Ik durf mezelf te uiten. Vroeger zat ik op slot. Iets hield me tegen mezelf echt te tonen. Was het schaamte? Was het trots? Was het angst? Ik weet 't niet. Ik leefde in een sleur, ik zag geen groter plaatje. Ik zag weinig toekomst, alleen overdonderend veel heden en een dun uitgesmeerd verleden.

Ik denk dat onzekerheid zeker een rol gespeeld heeft. En ik kende mezelf niet. Ook zag ik mezelf als toeschouwer. En dan niet als iemand die in de zaal tussen het enthousiaste publiek zat, maar meer als iemand die van achter de coulisen tegen de rug van de acteurs keek; iemand die de decors analyseerde en de bedrading van het licht en geluid volgde.
Ik had het gevoel minder mee te spelen met het stuk dan het publiek. Ik voelde me niet minder, dat niet. Het is juist eerder een voorrecht om een kijkje achter de schermen te nemen. Maar ik was er alleen. Onprettig kan ik het niet noemen, maar ik miste de bevrediging van het aanschouwen van het stuk of het acteren op het toneel. Het geroezemoes van de zaal was oorverdovend en een onoverzichtelijke massa.
Af en toe, in de pauzes in het stuk, stond ik wel tussen de mensen, oppervlakkigheden uit te wisselen met een lauwe cola in de hand.

Tegenwoordig zit ik in de zaal, soms nog altijd met een lauwe cola, maar ik zit er wel. Vanaf rij drie bekijk ik het toneelstuk en ik geniet. Ook voel ik dan iets kriebelen: de neiging zelf het toneel op te klimmen en het licht van de spots op mijn huid te voelen. En soms sta ik er inderdaad, als het niet in gedachte is dan wel echt fysiek. Onzekerheid blijf ik houden, gezonde zenuwen voor elk optreden, maar ik weet wie ik ben en ik weet waar ik sta. Tot op zekere hoogte.

Mijn tijd

De avond is het donker waarin mensen wakker zijn en het slapen voor zich hebben.

De nacht is het donker waarin mensen slapen.

De ochtend is het donker waarin mensen wakker zijn en het slapen achter zich hebben.

Why do birds...

Groene ogen

Ik kende niemand met groenere ogen dan die van haar.
"Ik ken niemand met groenere ogen dan die van jou."
Ze keek me met haar groene ogen aan.
"Ik betwijfel of er überhaupt wel iemand is met groenere ogen. Degene met groenere ogen dan die van jou moet ik dan nog tegen komen. Of misschien niet. Misschien kom ik de persoon met groenere ogen nooit tegen.

"Ken jij iemand met groenere ogen? Vast niet. Als er een verkiezing was voor degene met de groenste ogen dan zou jij winnen. Mijn stem heb je zeker. Zitten groene ogen in de familie? Om zulke groene ogen te krijgen moeten er wel in beide kanten van de familie groene ogen zitten. Is er geen vereniging voor mensen met de groenste ogen? Of een fanclub! Ik schrijf me in. www.groensteogen.nl? Anders richt ik zelf een fanclub op voor mensen met de groenste ogen."

Ze zweeg en glimlachte. Was het spottend? Ze viel nooit te peilen in haar lichaamstaal. Ik viel nooit te peilen in mijn woorden. Er glinsterde iets in de groenste ogen.

God is daar


(Klik op afbeelding voor grotere versie)

Truth

Mijn waarheid.

Formule

Liefde



Seksuele aantrekkingskracht



Vriendschap

Zoektocht naar Inspiratie 3

Ze heeft een richting nodig, een brandpunt, anders raakt ze verstrooid door de lucht, als gebroken door mat glas. Ik heb het over de liefde. Liefde staat bekend als één van de grootste inspiratiebronnen ooit. In hoeveel boeken heeft ze een hoofdrol? Hoeveel liedjes zijn er over haar geschreven? Liefde is wat ik nodig heb.
Maar natuurlijk, ik heb wel liefde. Dat is het probleem niet. Ik heb alleen geen object. Ik heb liefde voor de wereld en voor het bestaan an sich, maar dat is te wazig en groots. Daar kan ik niets mee.
Er zijn vrouwen in mijn leven. En met leven bedoel ik niet alleen mijn huidige leven, maar mijn gehele leven, verleden en herinneringen inclusief. Het is makkelijk verliefd op ze te worden. Ik hoef maar diep genoeg te verdwalen in mijn eigen wereldje en een roze wolk borrelt al weer op vanuit mijn diepste. Zo ken ik de weemoedige verliefdheid, de lichamelijke verliefdheid (of is dat lust?), een geestelijke ('banderige') verliefdheid en een onbereikbare verliefdheid (al spreidt die laatste zich geregeld uit over de eerder genoemde). Maar nee, ik maak me niet verliefd. De teleurstelling zal te groot zijn. Laatst droomde ik dat ik haar zoende. Ik werd met een leeg gevoel wakker.

Misschien moet ik juist de leegte benutten. Leegte nodigt uit tot creativiteit. Een schilder begint met een wit doek, als ook de schrijver met een blanco papier begint en een muzikant begint met stilte. En ik? Waar begin ik mee? Een wit scherm met een knipperend verticaal streepje. Het knipoogt en wil het liefst naar rechtsonder. Maar kan ik de leegte van het scherm vullen met de bewuste leegte van mijn diepste? Vast wel, maar het is moeilijk. Misschien te confronterend? Misschien droom ik te weinig. Nee, ik heb een persoon nodig, een persoon met kantjes, een persoon die me onzeker maakt en me tot ongekende hoogten brengt. Een persoon die ik kan beklimmen, waarna ik uitzicht heb op het dal waar ik woon. En in mijn klim verken ik de persoon, ontdek ik elk richeltje, graspolletje, vlakje, steunpuntje. Maar een algeheel overzicht krijg ik nooit. Dat is wat ik nodig heb: verkenning van mysterie. En is dat niet wat de liefde inspirerend maakt?
En dan het lichamelijke, de euforie, door hormonen aangestuurde hersenstoffen. Wiet heeft mij moeilijk kunnen inspireren en over alcohol begin ik niet. Inspiratie moet uit mezelf komen, indirect opgewekt door onstoffelijkheid. En die onstoffelijkheid is liefde. Ik wacht, leef en geniet, tot ik haar weer mag omarmen.

(Mijn zoektocht begon en ging verder.)

Mozes

Het was niet de zinderende zon die de struiken deed verteren in vlammenloos vuur, maar de antropomorfische zwarte panter. Op enkel achterpoten haastte hij zich door de woestijn, tijd was zijn vijand. Om hem heen verteerde de verdroogde vegetatie, maar hij werd niet geraakt. Zijn gladde houten staf gebruikte hij als steun in deze tocht, de slangenkop op de top als statussymbool. Langer dan veertig minuten zou zijn reis niet duren. Met de piramide met vogelkop in zijn ooghoek betrad hij de tempel en volbracht er zijn missie.

De laatste avond

platte kant, kwartslag draaien
een hamer is een slechte honkbalknuppel
zij is een slechte slagman/-vrouw
boeken zijn slechte honkbalballen
en ik ben een beste pitcher

we gooiden met hamer op spiegel
vreemd is het    jezelf tussen de ogen te raken
                        jezelf in scherven te zien vallen
                            jezelf te laten barsten
hij had een afwijking naar links
het lag dus niet aan mij
want zij miste ook

zij schreeuwde gilde had gedronken
jackass in het klein
over de dansvloer (bezaaid met bestanden van dertien jaar)
wiebelwieltjes rammelrekje
en muren die net niet te snel te dichtbij kwamen

thuis vond ik confetti in de kleren die ik droeg
toen die avond

de deur moest het ontgelden
hoe kwam hij op de vloer?
de klink als scharnier maakte hij een goede wip
of trampoline
zij op de andere kant

zij zat op mijn rug
we maakten 'bokken' tot een kunst
persoonlijk met confetti

en witte wijn een hele fles
sangria met blikken fruit
bier was op dus dan maar kriek

en in het donker op de fiets naar huis
dezelfde wijk
naar een andere wereld

Kleuterwijsheid

"Schoenen kunnen niet in bad, maar wel op een mat, maar niet hier."

Ik wou dat ik jou was

ik ben altijd de schouder de troost in zekere zin
ze noemen mij wel meer dan eens hun hartsvriendin
ik ben altijd maar het broertje waarmee ze praten kan
een maatje een klankbord maar nooit de geile man

ik wou dat ik jou was gewoon een keertje jou was dat ik ook eens met een vrouw was niet het kussen maar het matras was

ik niet eenzaam maar een club was
ik niet de kiezel maar de kei was
ik niet de modder maar de klei was
ik niet de maan maar juist het tij was
ik niet de ragout maar de pastei was
ik niet het kind maar de voogdij was
ik niet de plank maar juist de strijk was
ik niet de knuffel maar het konijn was
ik niet alleen maar allebei was

(met dank aan Veldhuis & Kemper)

Vogels

Niemand hoeft mij te vertellen dat ik soms beter mijn best moet doen realiteit van fantasie te scheiden. Tot die conclusie ben ik namelijk zelf al lange tijd geleden gekomen. Reality-checks zijn een dagelijkse bezigheid in mijn leven. De wereld heeft te veel verbanden aan mij geopenbaard en dan voornamelijk verbanden tussen mij en de wereld. Alsof mijn wezen de wereld omvat. Wellicht lijd ik aan een zeldzame vorm van megalomanie, welke omgekeerd terugslaat op mijn gevoel.

"Kijk dan", leek hij te willen zeggen. "Ja, kijk maar goed. Daar schrik je van, he? De dood." Voor kort lag het levenloze lichaam van de kauw nog op de bielzen van het spoor gelegen, maar nu bungelde het in de bek van een ekster, welke arrogant op de rand van het perron zat. Ik keek naar de halfverrotte vleugels, de kale schedel, de zwarte gaten die ooit ogen waren. De ekster hield het lijk bij de nek vast, waardoor de kauw zich als een wapenschild aan mij toonde: vleugels gespreid, poten omlaag. In mijn coupé leek ik de enige te zijn die het gebeuren zag. De ekster bewoog lichtjes met zijn hoofd, waardoor het lichaam onheilspellend heen en weer wiegde, alsof het nog leefde. Een glinstering in het oog van de ekster kwam spottend over. Het was tijd, de trein kwam in beweging. Mijn blik bleef op het tafereel met de twee vogels, welke nu langzaam voorbij mijn raam schoof. De ekster verzette zijn pootjes, zodat hij en het lijk duidelijk naar mij gewend bleven. Toen verdwenen ze uit mijn zichtveld. Nog even was ik bang dat de ekster de trein achterna zou vliegen of mij op zou wachten op het volgende station. Dat gebeurde niet, en toch ben ik nog bang ze ooit nog te zien.

Ekster

Felicia

Antoni ruimde oude spullen op. Tussen dozen op zolder, van hem, van zijn broer, van zijn ouders, raapte hij herinneringen bij elkaar om ze vervolgens te rangschikken. Sommige gooide hij weg, andere gaf hij een mooi plekje, en weer andere stopte hij in een stoffig hoekje om over een paar jaar weer gevonden te worden. Uit een grote bruine doos zonder labels viel een dik pakket papieren. Het waren gedrukte kaarten, waarschijnlijk resten van een aan meerdere personen verzonden boodschap. Te veel gedrukt, maar niet erg: toch goedkoop. Hij wilde ze terug in de doos doen, dit was niet van hem. Maar zijn oog viel een enkele seconde op een dikgedrukt woord, een naam: Felicia Garibaldi.
Kende hij een familielid met de naam Felicia? Zijn familie was niet groot. Het was een overlijdenskaart. Volgens de tekst was Felicia gestorven op 14 februari 1985, Valentijnsdag. Hij keek naar de geboortedatum: 5 februari 1985. Zijn eigen geboortedag. Is het toeval? En waarom had hij nooit gehoord van een Felicia Garibaldi? Een verloren nicht misschien? Hij groef diep in de doos. Er werd iets voor hem verborgen, dat mocht niet, daar moest hij meer over weten. Tussen saaie zakelijke teksten vond hij foto's: zijn eigen moeder, in een bed, trots met pasgeboren kroost in haar armen. Links en rechts.

Ooit had Antoni Garibaldi een tweelingzus, welke hij na een week verloren was. Verklaart dit zijn leegte? Het gevoel dat hij altijd iets mist? Verklaart dit waarom hij altijd onbewust een broederband met meiden van zijn leeftijd aanknoopt? Ja. Voor mij is dat de verklaring met betrekking tot Antoni Garibaldi.

Laatste reacties

Wie ik ben

  • De naam is Garibaldi, zijnd en blijvend. Vraag niet te veel, daar u weinig antwoord krijgt. Ontsproten ben ik, als een personage uit het hoofd van een oppermachtige Schrijver. De grens tussen realiteit en onwerkelijkheid is een wazige en dun bovendien.

Martin de Man